Met meer mensen ‘thuis’ dan bij het FvD van Baudet

Hoe komt het toch dat het programma van het Forum voor Democratie mij ergens wel aantrekt en dat ik tegelijk de intuïtie heb dat er iets wezenlijks aan mankeert?

Thierry Baudet: anders zijn mag bij ons thuis

Thierry Baudet: anders zijn mag bij ons thuis in Nederland

Gedoe, getetter, over elkaar heen buitelen met meningen, reageren en alweer te laat zijn omdat er onder de tienduizenden altijd wel iemand is die wat jij zegt overtreft met een nog spitsvondiger manier om te scoren met eigen gelijk. Vaak ten nadele van het gelijk van iemand anders, liefst met naam en scheldnamen en niet zelden met verwensingen en bedreigingen, zelfs met dood en verderf. Getuige een artikel in de Volkskrant ben ik niet de enige die zich hier druk om maakt. Ik kan er niet tegen en volg daarom zeer selectief wat er in (sociale) media omgaat. Heel lang heb ik niet eens geweten hoe je de naam Baudet moet uitspreken. Maar ja, na de laatste provinciale verkiezingen zou ik zware hoofdpijn moeten krijgen door de druk van de steen waaronder ik leef op mijn hoofd als ik niets over deze gedreven jonge politicus te weten zou komen. Ik bekeek zijn overwinningsspeech en vond het nogal bombastisch als het zelfs niet megalomaan was. Het zij hem vergeven in de roes van de overwinning. Hegels uil van Minerva, boreale volken waarvan ik nog nooit gehoord had, wederopstanding zonder Christus, renaissance van de grootste cultuur ooit … Jeetje, dacht ik, het is nogal wat. Hier staat iemand van een geheel andere snit dan Wilders met een boodschap die her en der wel aan die van de PVV doet denken. Dus ben ik naar de site van het FvD gegaan om te lezen wat hij nu eigenlijk wil – hij en zijn plotseling zo massale aanhang.

Dat was schrikken. Niet omdat het zo extreem is, maar omdat ik het met heel veel van wat er staat eens of niet per se oneens ben. Nog maar eens wat filmpjes van optredens van Baudet bekeken. Een onheilspellend gevoel nestelde zich in mijn onderbuik, wat meer duidelijk maakte over mezelf dan over Baudet en zijn politieke ideeën. Dat onheilspellende gevoel ging over in regelrechte walging en zelfs angst toen ik vanmorgen in de Volkskrant las welke soort hatende en bloeddorstige mensen in Baudet hun Heiland zien. Er was er een bij die zelfs zijn vader en moeder verachtte vanwege hun verdriet over zijn racisme – over oikofobie gesproken (door Baudet gebruikte term die staat voor ‘haat van je thuis, je oorsprong’).

En verder vond ik vanmorgen de nieuwsbrief van Brainwash in mijn postvak met daarin een link naar het artikel “Zo ziet het Nederland van Forum voor Democratie eruit”. Het heeft me via verwijzingen naar andere artikelen, onder andere op De Correspondent en in Trouw meer dan een ochtend leeswerk opgeleverd, maar nu heb ik er in elk geval een idee van waar misschien een raakvlak en tegelijk het grote verschil tussen Baudets denkwijze en de mijne op is terug te voeren.

Een van de artikelen waarbij ik via Brainwash uitkwam, verscheen een jaar geleden in De Groene Amsterdammer. Historicus en publicist Chris van der Heijden geeft een close reading van al wat Baudet geschreven heeft, waarvoor ik hem dankbaar ben omdat ik zelf niet zou weten waar ik de tijd voor al dat lezen vandaan moet halen.

Om deze beschouwing niet al te breedvoerig te maken, licht ik er het voor mij meest opvallende aspect uit: het verlangen naar een ‘thuis’. Van der Heijden citeert waar Baudets boek Oikofobie mee begint: “een beeld van het warme gevoel dat je krijgt als je bij terugkeer uit het buitenland uit het vliegtuigraampje kijkt. ‘Thuiskomen’, schrijft Baudet. ‘Waar de mensen je taal spreken en waar je de gezichten kunt lezen. Waar je de weg weet in de stad. Komend vanuit het vreemde word je je bewust van het eigene”. Ik weet niet hoe het u vergaat, maar ik herken het helemaal. De laatste keer was toen ik met mijn zoon terugkeerde van een wedstrijdje Arsenal-Liverpool. Daar beneden lag dan ons oh zo groene land, de weilanden, de waterlopen. Wat een contrast met het vergeelde Engeland dat we hadden gezien op de rit naar Stansted Airport en dat onder ons verdween bij het toenemen van de hoogte van ons vliegtuig. Het groene Nederland is mijn Nederland van de Biesbosch, de grienden waar ik samen met mijn vriendje hutten bouwde. We ‘leenden’ er ooit een roeiboot van een woonark om het geheimzinnige eiland middenin het Steurgat te verkennen. Toen we terugkeerden, stond de eigenaar ons op te wachten. Voor straf liet hij ons een andere, half gezonken, roeiboot leeghozen. In dat Nederland deden we in de winter aan ijs narren en scholletje trappen. In de lente vingen we er salamanders, donderkopjes, stekelbaarsjes en watervlooien. Grote karekieten riepen dat we ze hoorden maar niet zagen en veldleeuweriken klommen en klommen jubelend ten hemel. Wat een contrast met de polder waar ik nu woon. Sloten zijn er kaal geschraapte geulen waarin bijna geen water staat en in het voorjaar klinkt het zwijgen van de vogels van mijn jeugd er als de stilte van afwezigheid en gemis.

In mijn Nederland woonde ik in een dorp waar ik op mijn tiende voor het eerst een man met een donkere huidskleur spotte; hij liep samen met “een langharige beatle” langs de deuren om kaarten te verkopen. Het was het Nederlandse dorp waar ik in een werkboekje Bijbelkennis in moest vullen dat “de negers” afstamden van Cham, de vervloekte zoon van Noach. Iedereen kende er iedereen zonder dat dit voor saamhorigheid zorgde. ‘s Zondags liepen gereformeerden, christelijk gereformeerden en hervormden in zorgvuldig gescheiden groepjes richting hun eigen kerkgebouwen en als we de oud gereformeerde gemeente kerkmensen tegenkwamen dan groette niemand iemand. Alles was er overzichtelijk. Het was een thuis met dikke muren.

In de decennia na mijn jeugd maakte ik gebruik van de vrijheid van de democratie waar Baudet zo pal voor zegt te staan. Ik verloor het geloof van mijn thuis. Ik dramatiseer niet als ik zeg dat ik ontheemd raakte. En ook het besloten Nederlandse dorp waar eens in de tien jaar een nakomeling van Cham kaarten kwam verkopen, kreeg te maken met steeds meer nakomelingen – niet alleen die van Cham, maar ook nog eens die van zijn broer Sem. Ergens in een van de toespraken heb ik Baudet iets horen zeggen over het vervreemdende straatbeeld van vandaag de dag. Ik denk dat hij doelde op de velen die niet, zoals wij, witte nakomelingen van Jafeth, de derde zoon van Noach, zijn; althans in die interpretatie van deze oorsprongsmythe. Als ik het goed begrijp, verlangt hij terug naar een Nederland waarin we samen allemaal hetzelfde zijn. En in die perceptie zit nogal een verschilletje tussen hem en mij.

Het Nederland waarin ik opgroeide, was een Nederland waarin me werd geleerd dat alleen onze eigen groep het ware geloof en de juiste manier van leven had. De Openbare en Reformatorische basisscholen stonden er pal naast elkaar wat tot schelden over en weer en regelmatig tot bittere knokpartijen tussen de jongens uit de hoogste klassen van beide scholen leidde. ‘s Zomers werd elke zondag het door de christelijke gemeenteraad gesloten zwembad gekraakt door goddelozen die op de Dag des Heeren zwemmen wilden. In dat Nederland wees mijn vader me ergens tussen Hank en Nieuwendijk het ‘eerste huis waar Roomsen wonen’ aan. Ik keek ernaar als naar iets waarbij ik mij verder niets voorstellen kon. In mijn herinnering, kennelijk anders dan in die van Baudet, doemt geen beeld van gemeenschap op, maar een van een verzuilde orde. Oikofobie? Integendeel. Ik heb geleerd mijn verleden te erkennen als het deel van mijn verhaal zonder hetwelk ik niet de Jan van vandaag zou zijn – de Jan die er wat mij betreft gewoon zijn mag. Een Jan waaraan ook het een en ander mankeert, net als aan de wereld waarin hij vorm krijgt. Perfecte werelden bestaan niet en volmaakte mensen evenmin.

Als kind kreeg ik weinig mee van wat er gaande was in de jaren ‘60 en ‘70. We hadden thuis geen tv, de radio stond alleen maar aan voor de mededelingen voor Land- en tuinbouw, het weerpraatje en een keer per week voor de Muzikale Fruitmand. Zelfs de maanlanding is aan mij voorbij gegaan. In de rest van het Nederland waarmee ik later kennismaakte, heb ik veel ontmoet dat mij vreemd was en altijd is gebleven. Dat Nederland had dus buiten mijn waarnemingsveld tijdens mijn afgeschermde leventje vorm gekregen. Voor mij is het altijd het Nederland geweest waarin de tv bepaalt wat mijn landgenoten bezighoudt en wat er op tv te zien is, heeft mij steeds opgezadeld met ervaringen van leegheid. Ik weet ook wel dat dit meer over mij zegt dan over mijn Nederland en dat gaat nou net in gelijke mate op voor Baudets beleving van ‘thuiskomen’ in het vliegtuig. Van der Heijden schrijft: “er is geen logisch verband tussen het gevoel van de terugkerende reiziger en het politieke punt dat Baudet wil maken. De suggestie is volledig gebaseerd op emotie. Deze emotie wordt vervolgens ingezet voor het debat. Dat werkt, maar zegt nuchter beschouwd meer over de instelling van de spreker dan over de besproken werkelijkheid”.

De reden dat ik deze beschouwing schrijf, is dat ik denk dat er veel mensen zijn die de emotie van een verloren thuis herkennen. Het ‘touwtje uit de brievenbus’ van Jan Terlouw was een andere treffende metafoor van deze verlieservaring. Deels ervaren we vervreemding op straat waar de gezichten veelkleurig en variabel uitgedost zijn. We nemen al heel lang niet allemaal onze ongeveer gelijkvormige hoed meer af en het hoofddoekje van doorzichtig plastic waarmee mijn moeder haar permanentje tegen de regen beschermde is uit het straatbeeld verdwenen. Baudet is 22 jaar na mij geboren. Ik denk dat het Nederland van zijn jeugd veel meer lijkt op het Nederland van nu dan dat het Nederland van mijn jeugd dat doet. Je kunt je afvragen wie er nu eigenlijk last heeft van oikofobie. Het Nederland van nu is de gegeven realiteit, het is ons thuis van vandaag. Het is een thuis waarin nieuwe groepen elkaar passeren op hun weg naar hun eigen heiligdommen: Gay Prides, moskeeën, jawel: ook nog kerken, festivals, horecagelegenheden, carnaval en Koningsdag, The Passion, meubelboulevards, pretparken, centra voor persoonlijke groei. En niemand groet iemand.

Daar waar ik het ideale Nederland waarin Baudet is opgegroeid nooit gekend heb, kan ik op de site van zijn Forum voor Democratie wel het Nederland leren kennen waarnaar hij verlangt. In zijn ideale Nederland “staat voorop dat iedereen mag geloven wat hij maar wil. (…) Iedereen heeft [er] ook het recht om de overtuigingen en godsdiensten van mensen in al hun aspecten te bekritiseren, te ridiculiseren of te bespotten. Belijders van godsdiensten dienen de pluriformiteit van alle levensbeschouwingen te respecteren, dus ook van concurrerende godsdiensten, van humanisme en atheïsme, van critici, wetenschappers en cartoonisten. De vrijheid van meningsuiting dient altijd te prevaleren boven de vrijheid van godsdienst.” Het ‘samen’ van Baudet levert zo te zien een Nederlands concurrentiemodel van levensbeschouwingen op. Het is zo’n punt waarmee ik het niet per se oneens ben. Ik ben er tenslotte van thuis uit aan gewend – en wie niet. En toch, een Nederland waarin we allemaal anders en toch samen thuis zijn, vraagt van ons dat we onze oikofobie voor het thuisland zoals het ons gegeven is, overwinnen.

Daarom gaat het ‘samen’ waaraan ik graag wil werken een stap verder. Ik zoek naar manieren om samen anders te zijn. Het Nederland waarvan ik droom, is een land waarin oud gereformeerde gemeenteleden, moslims, lhbt’ers, mensen van kleur en FvD-stemmers op een dag zullen zeggen:
    ‘Je mag geloven wat je wilt en vertel mij er alsjeblieft over. Ik zal vragen stellen, ik zal luisteren, ik zal mijn ogen openen, ik wil je zien. En in de ruimte die jij mij geeft, zal ik het mijne tonen naast het jouwe. Ook al weten we dat we ons regelmatig aan elkaar ergeren zullen en in de wetenschap dat we blijvend anders zijn, wil ik graag dat we bekenden worden. We groeten elkaar. Dan lopen we samen op, elk in de richting van ons eigen thuis.’

Tsjonge, wat zou ik mij in zo’n Nederland thuis voelen.

Meer weten? Boek een lezing of meld je aan voor een cursus over de erkenningsfilosofie.

Tags: No tags

Add a Comment

Your email address will not be published. Required fields are marked *